Stephen King (77) is vanaf zijn debuutroman in 1974 een icoon van de Amerikaanse popcultuur. Zijn veelzijdige werk is vaak verfilmd. Kings nieuwste roman, Vrees niet, is een pleidooi voor denkkracht in een wereld vol waanzin.
Terwijl de privédetective Jerome – hulpje van de eigenlijke hoofdpersoon Holly Gibney – informatie vergaart over plaatselijke kerkgenootschappen die geweld propageren tegen abortusklinieken, realiseert hij zich hoe leuk hij dit onderzoekswerk vindt. Dat is veel interessanter dan de suffe detectiveroman (‘die vol zit met schieten en knokken’) die hij leest: ‘Dit is echt. Volkomen gestoord, maar echt.’
Het heeft er alle schijn van dat Stephen King, grootmeester van de popular fiction, zichzelf feliciteert in deze passage uit Vrees niet. Zijn zestigste roman is namelijk bepaald geen actieroman, maar grossiert in ouderwets speurwerk. Vrees niet verhaalt van maar liefst twee zaken die tegelijkertijd spelen en die in de ontknoping tezamen komen. Bij de eerste moet een seriemoordenaar gepakt worden die het gemunt heeft op willekeurige slachtoffers. Hij mailt de politie van Buckeye City in Ohio dat hij dertien onschuldigen en (uiteindelijk) een schuldige gaat vermoorden. Een jury heeft namelijk een onschuldige veroordeeld, die daarna vermoord is in de gevangenis. En met iedere onschuldige die hij zal vermoorden als ‘stand-in’ voor hen zal hun schuldgevoel toenemen. Dat is zijn wonderlijke redenatie, die pas begrijpelijk wordt tegen het slot.
Bij de tweede zaak moet een aanslag voorkomen worden door een travestiet met een psychisch tweeledig, gespleten karakter op een fanatieke vrouwenrechtenactiviste tijdens haar boekentournee. Hier is het motief simpeler: de activiste pleit voor abortus en dat geldt in religieuze kringen als moord.
De verbindende schakel tussen deze twee hooflijnen in Kings roman is de eigenzinnige Holly Gibney, een autistische privédetective die behept is met nogal wat dwangmatige trekjes. Zo consumeert ze haar glaasje cola het liefst met twee kersen. Dit is alweer het zevende boek waarin de onopvallende, maar hoog-intelligente Holly figureert, vanaf Mr. Mercedes (2014). Zij is Kings geslaagde vrouwelijke variant van Sherlock Holmes. Voor de vaste King-lezer staat ze garant voor een realistisch misdaadverhaal.
Vrees niet belandde vanuit het niets, direct na verschijning, op de eerste plaats van de ‘bestseller 60’, het wekelijks overzicht van bestverkopende boeken in Nederland. Kings roman stilt de kennelijk immense behoefte aan misdaadfictie. Zelfs als hij geen horror schrijft, het genre waarin hij blijvend naam heeft gemaakt, staat hij op nummer een. Kings immense populariteit, in welk genre ook, zal erin schuilen dat hij een merk is, dat de lezer denkt te weten wat hij van hem te verwachten heeft.
Kings popular fiction lees je zeker niet voor de stijl, die is alledaags en functioneel op het lelijke af: de wereld van de hoofdpersoon moet primair vertrouwd aanvoelen voor de lezer. Subtiliteit is King als verteller ook vreemd. Het vanuit het perspectief van de alwetende verteller geschreven Vrees niet wemelt van de herhalingen en verklaringen van wat allang en breed duidelijk is. Dat gaat om letterlijke herhalingen en om het navertellen door andere personages van wat we anderen al hoorden zeggen.
Met de beste wil ter wereld valt dit boek niet spannend te noemen. Zo denkt Holly op pagina 313 (van de 496 bladzijden) voor het eerst na over wat de centrale vraag bij haar onderzoek is – dan pas: ‘Beantwoord die vraag en hopla, zaak opgelost.’ Nochtans is de groteske ontknoping die tot het alsnog van uitzinnige actie vergeven slot bewaard wordt van mijlenver aan te zien komen.
Het gebrek aan suspense wordt ook veroorzaakt door Kings vertrouwde wijdlopigheid. Het helpt bepaald niet dat hij zijn liefde voor popmuziek danig uitleeft in een volstrekt overbodige verhaallijn rond de comebacktournee van Sista Bessie, een soulzangeres uit de jaren zeventig. Ook is het de vraag in hoeverre de Nederlandse lezer boodschap heeft aan opmerkingen over de tv-advertenties van Amerikaanse verzekeringsmaatschappijen. Dat geldt mogelijk evenzeer voor de uitgesponnen softbalwedstrijd tussen de brandweer en de politie waar detective Izzy Jaynes aan mee moet doen. Jammer, King is vaak het best op de korte baan, wanneer hij zich als verteller beperkt.
Zeker, Kings troef is vaak zijn psychologie, of liever: zijn onvergetelijke karakters. Maar dat gaat helaas niet op voor Vrees niet – de vervolgroman van Holly (2023). Holly Gibney, die nu werkt als lijfwacht van de dominante vrouwenrechten-activiste Kate McKay, kan ditmaal te weinig schitteren vanwege haar ondergeschikte rol. Zij had de roman kunnen dragen, maar ze moet zich te veel aanpassen aan haar met een torenhoog ego toegeruste werkgeefster. Alle andere personages wekken sympathie noch antipathie op.
Dat geldt voor zowel de seriemoordenaar uit de eerste als de stalkende belager uit de tweede zaak. Tegen Holly wordt weliswaar gezegd: ‘Jij trekt zonderlinge griezels aan zoals een magneet ijzervijlsel aantrekt.’ Dat klinkt veelbelovend, zo’n griezel – King draaide daar in het recente verleden zijn hand niet voor om, of het nu een vampier was of een autorijdende massamoordenaar. Maar in Vrees niet blijven de onverlaten, treurig genoeg, bleke schimmen.
Dat komt vermoedelijk doordat bij beide booswichten het motief in laatste instantie ondoorgrondelijk is. De verklaring die King aandraagt, is in ieder geval onwaarachtig. Bij de een (de moordlustige travestiet) ligt een akelige vader in diens jeugd aan zijn criminele gedrag ten grondslag. Maar tezelfdertijd heeft Holly in haar jeugd ook de nodige ouderlijke averij opgelopen en zij is géén misdadiger geworden. Ook de Stand-in-Jurymoordenaar had een drankzuchtige, gewelddadige vader. Biedt dat genoeg excuus? Kom, zeg.
Het voordeel van deze stoet van gebreken is dat er één aspect in Vrees niet hoopvol oplicht: het grondige speurwerk waardoor het kwaad gestopt kan worden. Denkkracht wint uiteindelijk in deze van waanzin vergeven, echte wereld, troost King ons op de valreep.
![]()