Er zijn films die proberen de geschiedenis te vertellen, netjes, van punt A naar punt B, met overzichtskaarten en voice-overs en verklarende muziekjes. American Pop is niet zo’n film. Het is vooral een droom van geschiedenis, een koortsige montage van gezichten, liedjes, gebroken levens en weer een liedje. De film lijkt in een roes gemaakt, alsof Ralph Bakshi ergens halverwege zijn eigen storyboard vergeten is wat de bedoeling was, maar in die roes heeft hij iets wonderbaarlijks gevonden: de manier waarop muziek door generaties heen echoot.
Het verhaal is simpel, of beter: het lijkt simpel. Vier generaties van één familie, van Russische immigranten aan het begin van de twintigste eeuw tot een rockzanger in de jaren tachtig. Een grootmoeder die zingt in Jiddische cafés, een zoon die jazz speelt, een kleinzoon die sneuvelt in Vietnam, en uiteindelijk een achterkleinzoon die met Bob Dylan en Jimi Hendrix het podium bestijgt. Maar van diepgang of historisch realisme is geen sprake, en dat hoeft ook niet. De personages zijn geen mensen, ze zijn stemmen die samen een verhaal vormen.
Wat deze film onderscheidt is de techniek: rotoscopie. Bakshi filmde echte acteurs en tekende daar animatie overheen. Het resultaat is vreemd, bijna AI-achtig: de figuren bewegen net te soepel, hun monden net te menselijk, terwijl de achtergronden vaak abstract of impressionistisch zijn. Je zou kunnen zeggen dat de acteurs spelen boven op een achtergrond van kunst. Alsof de personages uit de echte wereld zijn weggeknipt en in een droomwereld zijn geplakt. Het is tegelijk amateuristisch en briljant.
Er is een scène die me altijd bijblijft: Benny, de jonge muzikant, dwaalt als Amerikaanse soldaat door een aan puin geschoten huis, ergens in Europa van de Tweede Wereldoorlog. Hij haalt een mondharmonica uit zijn zak en blaast een paar aarzelende noten. Dan ontdekt hij een kapotte piano tussen het puin. De toetsen zijn krom, het hout gespleten, maar hij gaat zitten en begint te spelen. De klanken zijn vals, breekbaar, maar ze zijn muziek. En dan verschijnt er een Duitse soldaat. Hij heft zijn geweer, en laat het zakken. Hij luistert. Maar dan…
Mensen zeggen vaak dat American Pop slordig is, dat er geen echt verhaal in zit, dat het meer een jukebox van losse liedjes is dan een film. En dat klopt. Maar misschien is dat juist de bedoeling. Muziek heeft tenslotte ook geen duidelijk begin of einde. Een lied begint ergens, stopt ergens, herhaalt zichzelf, verdwijnt in stilte. Zo werkt deze film ook: hij vertelt niet, hij beweegt op het ritme, en datzelfde rite is de tijd die verstrijkt als wij als publiek ernaar kijken.
Is American Pop een meesterwerk? Dat hangt ervan af wie je het vraagt. Voor wie houdt van strakke, overzichtelijke films is het waarschijnlijk onuitstaanbaar. Maar als je dat loslaat, zie je iets anders: mensen die niets hebben behalve hun stem, een gitaar, een piano, een beat. Het is geen film over muziek, het is muziek. De pure personificatie: rommelig, onvolmaakt, en juist daardoor prachtig.
![]()