Fenna Ziemer – Sprookje op een bergtop


The Grand Budapest Hotel (2014) van Wes Anderson is precies wat je van Anderson verwacht: gek, grappig, met prachtige kleuren en composities. Stel je een imposant, roze hotel voor boven op een berg in een fictief land (Zubrowka); eindeloze gangen, een felrode lift en hotelbediendes in paarse pakjes die door de gangen flitsen. Alles is overdreven, betoverend. Anderson voert je weg, creëert een wereld — door herinnering. Wat we zien is bepaald niet echt, maar de verbluffende stijl maakt het geheel des te indrukwekkender.

We volgen in een terugblik van oud-piccolo Zero (Tony Revolori) de beroemde, excentrieke conciërge Gustave H. (Ralph Fiennes). Hij is een man van charme en fatsoen, wat voor vele gasten, vooral rijke, oudere dames, reden genoeg is om naar het hotel te komen. Als een van hen, Madame D. (Tilda Swinton),  plots komt te overlijden, erft Gustave H. een waardevol schilderij, en dat zet een reeks chaotische en hilarische gebeurtenissen in gang. Geholpen door Zero probeert Gustave H. zijn naam te zuiveren. Dan volgen doldwaze achtervolgingen en ontmoetingen met bizarre personages zoals een kille huurmoordenaar en een geheim netwerk van hotel conciërges gespeeld door bekenden uit Andersons acteurskring zoals Bill Murray en Owen Wilson. Anderson verpakt dit alles in een intrigerend visueel jasje. De film blijft hangen als een warme herinnering, en laat je achter met een gevoel van verwondering en met een glimlach op je gezicht.

Visueel is de film prachtig. Elk beeld is tot in de puntjes uitgedacht. De composities zijn vaak symmetrisch: het hotel aan de top van een berg, de grote hotelhal of Gustave H. en Zero die van een berg af sleeën. Anderson heeft dit gedaan voor rust in het chaotische verhaal. De symmetrie past goed bij de dramatiek van het verhaal. In plaats van meegaande, vloeiende bewegingen maakt de camera abrupte, rechte bewegingen en hoewel in de meeste films de camera met de personages meebeweegt, lijkt het in The Grand Budapest Hotel soms juist andersom: het beeld blijft stilstaan terwijl de personages van links het beeld binnenwandelen en rechts weer verdwijnen. Hierdoor ontstaat een gevoel van een poppenhuis; elk personage lijkt een stijve pop te zijn die precies doet wat de speler wil dat hij doet.

Ook bijzonder in The Grand Budapest Hotel zijn de verschillende beeldformaten die Anderson gebruikt. Voor respectievelijk de jaren dertig, zestig en tachtig zorgen verschillende formaten ervoor dat je wordt meegevoerd naar de verschillende tijden. Zo wordt je opgeslokt in het verhaal en kun je je ogen niet van het beeld afhouden.

Het kleurgebruik maakt dat The Grand Budapest Hotel haast een schilderij lijkt. Het palet klopt: de kleuren passen allemaal perfect bij elkaar. De film begint in de jaren tachtig, als een meisje een standbeeld van een schrijver bezoekt en uit zijn boek voorleest . In dat deel zijn de kleuren realistisch, zoals de wereld die wij zien. Daarna gaan we terug naar de jaren zestig en volgen we de jonge schrijver die Zero interviewt in het hotel. De kleuren worden dan al iets levendiger. Maar als Zero zijn verhaal begint en we teruggaan naar de jaren dertig, worden de kleuren fel en bijna onwerkelijk. Het bruine, oude hotel dat zijn glorie had verloren uit de jaren zestig wordt nu getoond in zijn volle glorie met warme tinten: oudroze, goudgeel en helderrood. De thematische motivatie voor de prachtige kleuren is te vinden in het idee dat we alles zien zoals Zero het zich herinnert, misschien wat overdreven en mooier gemaakt dan het werkelijk was.

The Grand Budapest Hotel gaat niet alleen over avonturen en komedie. Ook spelen emotionele onderwerpen zoals als vriendschap, liefde en verlies. Gedurende de film zie je hoe de vriendschap tussen Gustave H. en Zero steeds hechter wordt. In het begin is hun relatie zakelijk; Gustave H. is de ervaren conciërge en Zero moet als piccolo nog veel leren. Naarmate ze allerlei avonturen meemaken groeit hun band. Ze gaan elkaar steeds meer vertrouwen en waarderen. Bij Zero en zijn vriendin Agatha zien we goed hoe liefde op een natuurlijke manier kan opbloeien. Hun relatie is – in vergelijking met de film – niet groots, maar juist oprecht en subtiel. Tijdens alle spannende en enge gebeurtenissen vinden zij elkaar. Hun liefde biedt de houvast, misschien wat realistisch en ontroerend te midden van alle chaotische gebeurtenissen. Verlies speelt geen al te direct rol in de film, maar toch heeft het wel een ondertoon. Neem Madame D. die komt te overlijden. Of het ooit zo glorieuze hotel dat al zijn pracht heeft verloren. Deze gebeurtenissen van verlies schudden ons even wakker uit de perfecte droom die het hotel representeert.

Hoewel The Grand Budapest Hotel overduidelijk een Anderson is door de excentrieke personages en het kenmerkende kleurenpallet, is de film toch anders in vergelijking met Andersons andere films. Het werk heeft een sneller tempo en bevat meer actie dan bijvoorbeeld het dromerige Moonrise Kingdom (2012) of het melancholische The Royal Tenenbaums (2001). De snelle dialogen en snelle beeldovergangen zorgen voor absurdisme. De snelle vaart past goed bij de vorm van het verhaal, haast zoals iemand die zich in een terugblik opvallende gebeurtenissen herinnert. Zero haalt zijn herinneringen in levendige flarden op. Hij vertelt het als een iets te bizar, iets te heroïsch verhaal, bijna alsof je naar een sprookje kijkt.

Zo wekt Anderson een eigen wereld tot leven te brengen waarin alles groter, kleurrijker en meeslepender is dan in de werkelijkheid. Hoe het allemaal écht gebeurd is, zullen we nooit weten, maar dat hoeft ook niet.  In Zero’s verhaal komen gróte thema’s voorbij; liefde, vriendschap en verlies. Zoals Zero het vertelt is het verhaal avontuurlijker en boeiender dan dat in de werkelijkheid ooit zou kunnen zijn. Dat zorgt voor gevoel, emotie en betekenis. Wat is belangrijker: wat er écht is gebeurd, of hoe we ons het herinneren? In Andersons wereld is het antwoord overduidelijk – en dat maakt het juist zo magisch.

Ter ere van de release van The Phoenician Scheme, de nieuwe film van Wes Anderson, organiseert Filmhuis Alkmaar vanaf 29 mei een retrospectief met vijf films van deze regisseur. Te zien zijn: The Darjeeling Limited, The Grand Budapest Hotel, The Life Aquatic with Steve Zissou, The Royal Tenenbaums en Moonrise Kingdom.

Loading