Veel mensen keken raar op toen Barbie (2023)werd aangekondigd, zeker toen bleek dat Greta Gerwig, bekend vanwege haar mumblecore films zoals Ladybird (2017), de regisseur zou zijn. Wat moest zij nou met een speelgoedpop? De verwachtingen waren dat dit een seksistische film zou worden die niet in deze tijd zou passen. Gelukkig was niets minder waar. Juist die kritiek gebruikt Gerwig als uitgangspunt, wat leidt tot een verrassend ontroerende film over vrouw zijn en het zoeken naar betekenis in het leven waar je je vooral als vrouw meteen in herkent, en dat allemaal in het roze.
Barbie speelt zich af in het roze Barbieland waar elke dag hetzelfde is en alles perfect is — tot Stereotype Barbie (Margot Robbie) ineens geconfronteerd wordt met vreemde gedachten, ongemakken en vragen die niet in haar wereld passen. Ze gaat op reis naar de Real World om antwoorden te vinden, en ontdekt daar dat haar bestaan misschien een hele andere betekenis heeft. Wat volgt is een ontroerende zoektocht naar identiteit, vrijheid en de waarde van ‘gewoon jezelf zijn’.
De film opent met een knipoog naar Stanley Kubricks klassieker 2001: A Space Odyssey (1968). In plaats van apen die een bot gebruiken als gereedschap, zien we jonge meisjes in een prehistorische setting die hun traditionele babypoppen uit woede stuk slaan zodra een reuze Barbie verschijnt, en wel in de allereerste Barbie-outfit uit 1959. De voice-over van Helen Mirren vertelt dat meisjes ook iets anders wilden spelen dan moeder. Deze openingsscène zet de toon: Barbie is niet bang om zichzelf, zijn publiek én de maatschappij op de hak te nemen. Tegelijk laat het meteen het statement van de film zien: Barbie is geen oppervlakkige pop, maar een symbool voor vooruitgang, idealen en alles wat hiermee misging. Ook verder in de film worden bekende film en televisieseries benoemd, zoals een Ken die The Godfather (1972) mansplaint (verschrikkelijk!) en de bekende BBC-serie Pride and Prejudice (1995), bekeken door Depression Barbie.
Het feminisme is een rode draad in het oeuvre van Greta Gerwig. Eerdere films van haar zoals Lady Bird (2017) en Little Women (2019) zitten vol met moderne, gelaagde feministische thema’s. Gerwig’s feminisme is zacht, menselijk en genuanceerd. Ze toont vrouwen die niet perfect zijn, die botsen met andere vrouwen in hun leven zoals zussen en moeders. Ze worstelen met de rol die ze moeten vertolken en met zichzelf. Dat de mooie kanten van vrouw zijn dit alles omarmen komt gelukkig ook aan bod, denk hierbij aan de iconische quote uit Little Women (2019) ‘Oh, how I love being a woman!’. Precies dit doet Gerwig ook in Barbie. In plaats van het girlboss-clichébeeld, neerzetten laat Gerwig zien hoe diep en subtiel de vrouwelijke verwachtingen van vrouw zijn verweven in de samenleving. In speelgoed, in taal, in de blik van anderen. De film zegt niet: vrouwen moeten de wereld overnemen, maar juist dat vrouwen en mannen gelijk zijn en dat vrouwen vrij zouden moeten zijn om zichzelf te zijn, ook als dat rommelig is. De scène waarin America Ferrera’s personage haar monoloog houdt over wat het betekent om vrouw te zijn — het eindeloze balanceren tussen tegenstrijdige eisen — is de kers op de taart.
De film illustreert dat het patriarchaat schadelijk is voor iedereen, ook voor mannen. Zodra Ken ziet dat mannen ook sterk en machtig kunnen zijn doet hij domme dingen met deze inzichten, omdat de Kens in Barbieland altijd minderwaardig waren, een tegenstrijdig spiegelbeeld met de echte wereld. Hier zien we de grote kracht van de film: niemand is hier écht de schurk. De personages zoeken naar betekenis in systemen die mensen die betekenis vaak juist ontnemen. Uiteindelijk zit het feminisme in Barbie niet alleen in grote statements, maar in de keuze van Gerwig om Barbie niet neer te zetten als icoon, maar als mens, iemand die zichzelf pas echt leert kennen wanneer alles wat ze was begint af te brokkelen. Hierin herkent iedere vrouw zich.
Naast alle emotionele en serieuze thema’s is Barbie vooral ook een slimme, hilarische komedie. Er is veel satire om op speelse wijze de zware thema’s aan te kaarten. Bijvoorbeeld Ken die het patriarchaat begrijpt als een wereld van paarden, zonnebrillen, bontjassen en machtsvertoon. Dit is zo overdreven dat het tegelijk hilarisch en pijnlijk herkenbaar is. Zo toont Gerwig aan hoe belachelijk het eigenlijk allemaal is. Daar komt bij de fysieke, campy humor: het overdreven dansnummer I’m just Ken, gezongen alsof het een verschrikkelijke tragedie is om Ken te zijn. En Barbie die op het dieptepunt van haar crisis zegt dat ze zich ‘lelijk’ voelt — waarop de verteller droog opmerkt: ‘Note to the filmmakers: Margot Robbie is the wrong person to cast if you want to make this point.’ Dit soort meta-grappen zijn typisch Gerwig: slim, speels en perfect getimed. Juist die humor maakt de film zo krachtig: hij neemt niets en niemand helemaal serieus behalve datgene wat je in je hart raakt: het recht om jezelf te zijn.
Een van de sterkste punten van Barbie is de spectaculaire, absurdistische vormgeving. Alles in Barbieland is roze, pastel of plastic. Barbie’s huis heeft geen muren, want dat heeft een poppenhuis ook niet. Haar douche heeft geen water. Ze zweeft van verdieping naar verdieping, zoals je met een speelgoedpop zou doen. Dit zorgt, samen met alle verwijzingen naar het spelen met Barbie’s zoals ‘Weird Barbie’ die is toegetakeld met stiften en een schaar, zoals de wat wilde kinderen onder ons deden, voor een gevoel van nostalgie. Je wordt meteen die absurde wereld ingezogen.
De sets zijn grotendeels echt en met de hand gebouwd (de fluorescerende Barbie roze verfvoorraad ging tijdens de opnames zelf wereldwijd op!) wat de film iets tastbaars geeft, alsof je zo naar binnen kan stappen. De wereld voelt kunstmatig aan, maar precies op de manier waarop je Barbie Dreamhouse (als je zo cool was dat je die had) ook aanvoelde, waardoor het toch weer echt is. Die keuze maakt de film niet alleen visueel uniek, maar benadrukt ook weer het overkoepelende thema van de film: wat is echt en wat is het gevolg van een rol die we spelen?
En dan de kostuums — fantastisch! Jacqueline Durran, die tijdens die productie van Little Women ook al met Gerwig samenwerkte, zorgt voor designs die origineel zijn, maar tegelijkertijd een ode aan de fashion van Barbie vormen, met allerlei verwijzingen naar kleding die Barbiepoppen door de jaren aanhadden. Voorbeelden hiervan zijn de roze en witte gingham jurk van de openingsscène in Barbieland, een directe verwijzing naar de outfit van Picnic Barbie uit de jaren zestig. Haar zwart-witte badpak in de allereerste scène is een moderne versie van de allereerste Barbie-outfit ooit, uit 1959. Daarnaast ondersteunt de kleding de plot; die zegt iets over hoe Barbie vervreemd raakt van haar omgeving. Als ze in de echte wereld komt steken haar neon rolschaats-outfit en later haar felroze cowgirl-outfit sterk af tegen de grijstinten, hoodies en spijkerbroeken om haar heen. Vooral als ze er op de middelbare school achterkomt dat Barbie helemaal niet als feministisch icoon gezien wordt, zoals alle Barbie’s altijd dachten, zie je dit contrast sterk, met alle tieners in zwart en grijs gekleed. Gedurende de film worden Barbie’s outfits steeds minder fel, van pastel roze en mintgroen, tot een lichte tint geel. Je ziet hoe Barbie steeds minder Barbie wordt en steeds meer mens, en aan het einde wordt dit nog eens benadrukt door haar bruine blazer en simpele spijkerbroek.
Barbie heeft een spectaculaire soundtrack met veel bekende artiesten en liedjes die speciaal voor de film zijn gemaakt. Zo opent de film met een liedje van Lizzo die Barbie tijdens haar ochtendroutine begeleidt. Een vrolijk nummer. Maar zodra Barbie’s wereld begint te veranderen, doen ook de lyrics dat (de P staat niet meer voor pretty, maar voor panic en de K staat nu voor DEATH), maar wel met nog steeds hetzelfde vrolijke melodie alsof er niks is veranderd. De rest van de soundtrack — met artiesten als Dua Lipa, Charli XCX, Sam Smith en Nicki Minaj — bestaat uit heerlijke, dansbare popmuziek die doorgaans de sfeer van een scène ondersteunt. En dan: What Was I Made For? van Billie Eilish. Dit nummer komt op een moment dat Barbie eindelijk begint uit te vinden wie ze is en wil zijn. Het is een simpele ballad met alleen stem en piano, passend bij een keerpunt in Barbie’s bestaan. Vanaf nu schudt ze schudt alle shimmer and shine van zich af. In de lyrics worden alle vragen gesteld die als een rode draad door de film heen lopen: wie ben ik? Wat wil ik, los van de verwachtingen van anderen? En natuurlijk, waar ben ik voor gemaakt?
Barbie is ook een ode. Niet alleen aan de pop, maar ook aan de bedenker van Barbie en aan alle miljoenen kinderen die ooit met haar gespeeld hebben. De film kaart aan hoe Barbie problematisch is geweest, maar ook hoeveel moois ze heeft teweeggebracht. In een van de meest ontroerende momenten van de film verschijnt een oude vrouw, Ruth Handler, de oprichtster van Barbie, in de film als een soort geestelijke moeder. Haar aanwezigheid is zachtaardig maar krachtig. Ze laat ons (en Barbie) zien dat het om meer draait dan een merk; ze legt bloot dat Barbie een droom én een idee is. Barbie kan meisjes laten zien dat er meer mogelijk is in het leven dan moederschap en huishouden. En ook hoe moeilijk maar mooi het is om mens en vrouw te zijn. De film laat zien dat poppen niet alleen mooi speelgoed zijn, maar dragers van herinneringen. Ze kunnen een stempel afdrukken op je leven. In Barbie is de pop niet alleen een product, maar ook een poort naar ongekende mogelijkheden. De film is een reflectie op vrouwelijkheid, identiteit en de huidige samenleving. Barbie laat ons onszelf zien. De film spreekt tot je verstand en tegelijkertijd tot je hart en je innerlijke kind. Doen andere films iets soortgelijks in grijs of kleur, Barbie zegt méér in roze.
![]()