[red.:] Cock van Montfoort gaf tot 2020 Grieks en Latijn aan het Murmelliusgymna-sium. Landelijke bekendheid verwierf hij met zijn veelzijdige, rijk gevulde en bij vlagen humoristische Klassieken-website Kox’ Kollum (klik). Behalve een geliefd docent, uitstekend classicus en muzikant van formaat is hij ook nog eens een begaafd dichter. Met trots publiceert de Antipres hier twee vroege gedichten van zijn hand.
Doorlichtend glas, dat mij de wereld toont, Maar al haar kou en regen buiten houdt: Uw koele muren, dubbel tussen ’t hout, Zijn wakers voor een huis, waar knusheid troont. Doorlichtend glas, met vakmanschap gerond, Daarna in hoofdbreed brilmontuur gevat: Uw tweelingruitjes verrichten ’t wonder dat Ik helder zie, waar ik ’t eerst slechts wazig vond. Verheven glas, o wonder van structuur: U schenkt me meer dan visie of gemak, U schenkt me vreugd bij ’t heerlijk borreluur. Jenever, wijn of bier, uw flespostuur Verricht zijn taak. Uit ’t spetterfonkelend glas, Uw hoogste vorm, drink ik uw weldaad puur. (1980) _____________ Dicht, gordijnen! Laat de zuidwesterstorm maar Brallen rond m’n huis, en z’n woede wreken Op bedeesde bomen, die buigen voor z’n Zwetsende regens ... Platenspeler, nu aan het werk! Verdring de Boze klachten van de bezeten winden Met muziek waarvoor generaties eerder Winters verstomden ... Bacchus, eens een God net als hij, die water In Jouw sap veranderde, maar de zin van ‘t Drinken nooit heeft willen begrijpen, vul m’n Glas nog eens! Euoi! Beter al ... maar waar is een vrouw, die door haar Rode lippen vuur in m’n aders blaast, zo’n Mopje dat uit delen bestaat die zelfs de Grootste muziek mist? (1983)
![]()