Kachel maar door.
Koele warmte stroomt door mij heen.
Het zegt mij: "Sst, stil met het geween."
Niet makkelijk door te kachelen hoor.
Kachel al maar door.
Draai, draai maar aan de knop.
Totdat de kachel je vertelt: "Psst, de koek is op."
In Groningen zijn ze namelijk gestopt met het geboor.
Kachel koekloos voort
Kachelend dat geenieder mij hoort
Kachelend
Kachelend dat niemand mij ooit nog stoort
________
uit de bundel: Multi-interpretabele Winterpoëzie
![]()