In de auto staat al een mand
een mand vol met eten en met een groot laken
en schoenen om een lange wandeling mee te maken
want we gaan naar het strand.
Dat vind ik zo fijn aan dit land,
ik schreeuw het bijna van de daken.
Als ik daar ben, vergeet ik al m’n andere zaken:
lekker met m’n voeten in het zand.
Toch is het strand niet altijd fijn.
Er komt altijd wel zand in m’n haar.
En het weer helpt soms ook niet mee.
Alsnog vind ik het leuk om op het strand te zijn,
vooral als ik met een bootje op het water vaar,
want mijn favoriete deel van het strand is de zee.
![]()